“Het is de harmonie van de verschillen
”Dat is de rijkdom van het leven”
De afgelopen maanden, sinds het verschijnen van het vorige tijdschrift, is er zoveel gebeurd dat het onmogelijk lijkt om ook maar een glimp te geven van de rijkdom aan gebeurtenissen. Erover praten of erover schrijven zou slechts een oppervlakkige schets zijn, waardoor het voelt alsof ik een veel te magere indruk geef.
Yoginâm schrijft in de inleiding van *Abbah Unveiling*:
“Wij zijn de scheppers van onze menselijke leefwereld. Wij zijn een oneindigheid die het bestaan schept dat zich aan het ontvouwen is. Onze handelingen, gedachten, emoties, overtuigingen, idealen en meningen zijn de instrumenten waarmee wij scheppen.”



Stel je de werkelijkheid, de schoonheid en de uitgestrektheid hiervan eens voor, en je krijgt een idee van wat het betekent om in de Tuin van Nâm te leven. Hoe beleef je dat, hoe draag je dat met je mee, hoe ga je daarmee om? Het leven in Nâm draait niet om het doen van meditaties, het ontvangen van gasten, het onderhouden van een tuin en het organiseren van evenementen. Dit zijn slechts de dagelijkse activiteiten waarmee we onze menselijke manier van leven vormgeven. Wat er echt toe doet, zijn de houdingen en het gedrag waarmee we ernaar streven optimaal te leven, waarmee we ons leven en uiteindelijk onszelf vormgeven.
Vrede
Zo hebben we bijvoorbeeld een Vredesfestival georganiseerd. Een prachtig evenement met zoveel verschillende mensen. Mensen van alle leeftijden en uit alle lagen van de bevolking kwamen samen om vrede te vieren, te herdenken, te vinden en te creëren. Het was voor ons nieuw om een festival te organiseren. We hadden nog nooit zoveel mensen tegelijk vier dagen lang in de Tuin te gast gehad. De helft van ons personeel was om verschillende redenen arbeidsongeschikt. Een heel interessante situatie! Het thema van het festival zette me aan het denken…



Wat dacht je van vrede?
In *Fragments of Voice* schrijft Yoginâm: “Als je vrede wilt, creëer dan vrede!” Hoewel het misschien wat hard klinkt, is het een zeer nuttig advies. Want hoe vaak proberen we geen vrede te vinden op manieren die eigenlijk niet tot vrede leiden? Door ruzie te maken, door anderen te behagen, door te oordelen of door naar bevrediging te zoeken? Vrede stichten betekent een vredig mens worden. Om dat na te streven, te begrijpen en echt te voelen, is tijd en inspanning nodig. Hiervoor biedt LivingNâm hulpmiddelen en een optimale omgeving, zodat je voor jezelf kunt ontdekken wat optimaal leven voor jou betekent.



Snurken
Ik herinner me dat ik op een dag ontdekte hoe heilzaam deze aanpak kan zijn. Het was tijdens een bezoek van Yoginâm aan Asharum Amonines in België. Er waren zoveel mensen bijeengekomen dat er bij lange na niet genoeg ruimte was om iedereen een kamer te geven. Veel mensen hadden een matje en een slaapzak meegenomen en moesten een plekje op de vloer zoeken. Ik was een van die mensen en voor mij had het iets speciaals om in de meditatieruimte te kunnen slapen. Maar toen doemde er een schijnbaar enorm obstakel op in de vorm van een zeer bekwame en toegewijde snurker die naast me lag en flink aan het snurken was – en, zoals ze zeggen, de ramen deed rammelen en de dakspanten deed trillen. Ik had me verheugd op een rustige en verkwikkende slaap en merkte dat ik me steeds meer ergerde. En toen drong het tot me door dat het nogal tegenstrijdig was om daar in een meditatieruimte te liggen en geïrriteerd te zijn. Op de een of andere manier was dit een kans om in de praktijk te brengen waar het volgens mij bij het Asharum om draaide.
Dus vroeg ik me af: “Hoe moet ik hiermee omgaan?” Het was al laat en ergens anders heen gaan zou betekenen dat ik andere mensen zou storen, en het zou niet makkelijk zijn om ergens in een andere kamer nog een vrije plek te vinden. Ik besefte dat het mijn eigen houding ten opzichte van het snurken was die me stoorde en dat ik, als ik goed wilde slapen, vrede moest sluiten met het fenomeen. Dus in plaats van er met afkeer naar te kijken, kon ik proberen er iets in te vinden dat ik kon waarderen. Grappig genoeg moest ik aan hedendaagse klassieke muziek denken. Ik had geleerd om op zijn minst de atonale, experimentele kunstmuziek te waarderen die zo anders klinkt dan de bekende grote componisten van vroeger. Er waren zelfs nieuwe vormen van schoonheid die ik had ontdekt, simpelweg door de mogelijkheid open te houden dat het op zijn eigen manier mooi kon zijn.
Dus besloot ik naar het snurken te luisteren alsof ik in een concertzaal zat en nieuwe harmonieën, ritmes en melodieën ontdekte. En toen gebeurde er iets grappigs: de volgende ochtend werd ik helemaal ontspannen wakker, met een gevoel van tevredenheid. In de jaren daarna kwam het een paar keer voor dat ik weer van zo’n snurkconcert kon genieten en de snurker kon verzekeren dat hij me een plezier deed.



Wat ik in die bijzondere situatie en in die bijzondere omgeving begon te ontdekken, is wat volgens mij Yoginâm bedoelt met “bevestiging”. Geconfronteerd met het snurken heeft het geen zin om te ontkennen wat er gebeurt of het te verhullen met geruststellende gedachten en rechtvaardigende verklaringen. Het is aan mij om er iets van te maken. Iets gedenkwaardigs dat bijdraagt aan harmonie, want daarmee geef ik vorm aan mezelf en de wereld. Met een houding van vredige aanvaarding stel ik mezelf in staat iemand te zijn die actief vrede creëert binnen mijn bescheiden scheppingswereld. Het is alsof je ‘Ja!’ zegt terwijl je in een rivier springt om te gaan zwemmen. Het is de houding om het leven optimaal te leven zoals het zich manifesteert.
Dit doet me denken aan een gedicht dat me destijds inspireerde om vrede te sluiten met dat snurkincident, simpelweg door mijn houding te veranderen. Voor mij staan ‘Hij’ en ‘Jij’ in dit gedicht voor de ondoorgrondelijke totaliteit van het leven zelf. En ‘Abbah’ is een houvast om me te verhouden tot de uitgestrektheid en de intimiteit daarvan.
Ter afsluiting van het dagboek van deze maand wil ik dit gedicht graag met jullie delen als een uitnodiging. Niet als een waarheid die de werkelijkheid beschrijft, maar als inspiratie om op ontdekkingstocht te gaan.
Laat Uw wil geschieden
„Ja,” zei ik tegen hem, „ja, kom maar!”
Kom, wat Uw wil ook moge zijnWat maakt mijn mening nou uit?
Toen nam Hij mij bij de hand
En leidde mij stap voor stap naar Zijn rijkHet was mijn waanvoorstelling die me aan het twijfelen bracht
Is dit goed? Is dit slecht?Maar goed, wat Uw wil ook moge zijn
En Hij tilde me op, o zo zachtjes
En ik kwam in het paradijs terechtIk liep door rijen bomen
Vrolijk in hun handen klappendBogen van gele en rode rozen
Overal zag ik geweldige geliefden
Verenigd in Uw lichtIk heb Jezus, Boeddha en Junayd gezien
Samen dansen in grote cirkelsPlaneten die vol vreugde Uw zon vieren
Wat is eigenlijk nog het nut van religie en theologie?
Wat is het nut van ‘dit of dat’?Ik heb een heel leven lang met hen rondgedraaid
Al mijn onzinnige gedachten heb ik verjaagdVanaf nu en vanaf alle bergtoppen
Met mijn armen wijd uitgespreid zing ik onophoudelijkO grote Liefde, kom, ja, kom
Wat Uw wil ook moge zijnO, Abbah
(uit: Yoginâm, 101 mystieke gedichten)










